Nederlandse bedrijven proberen na de staatsgreep in Myanmar te overleven

~HET HOOFD BOVEN WATER ZIEN TE HOUDEN~
(Proberen te overleven)

AZIË:- De gewelddadige staatsgreep in het Zuidoost-Aziatische Myanmar baart Nederlandse bedrijven grote zorgen. Na de omverwerping van het oude regime in 2013 deden Nederlandse bedrijven er direct zaken, maar momenteel zetten ondernemers juist alles op alles om personeel en zaken veilig te stellen, nu de militairen met grof geweld een greep doen naar de macht en het land in chaos storten.

Het Nederlandse bedrijfsleven wist zijn weg al snel te vinden richting Myanmar na de democratisering in 2013. In datzelfde jaar ging de eerste handelsmissie naar de kersverse democratie, met toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Lilianne Ploumen en de Bernard Wientjes, destijds voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, en in hun kielzog een hele stoet bedrijven. Er werd een handelskantoor opgezet, zaken lagen voor het oprapen.

„Het was een groot optimisme”, herinnert Wientjes zich. „Het land ging voor het eerst open en het was dus ook onze eerste kennismaking met het land. Zij hadden veel vraag naar voedsel en energie en daar zijn wij heel erg goed in. Het was een erg arm land, maar ontzettend aardige mensen en een opgeleide bevolking.”

UNILEVER

Heineken begon er, naast de eigen merknaam, ook met Tiger en enkele lokale merken. Levensmiddelengigant Unilever vestigde zich er en heeft momenteel duizend werknemers in directe dienst en indirect 1600 op drie verschillende productielocaties. Shell heeft er geen personeel meer, wel een belang in een olieveld.

Dat het nog geen acht jaar later zo mis kan gaan met het land, verbaast de oud-werkgeversvoorman. Sinds 1 februari probeert het leger de macht te grijpen. Daarbij schuwt het grof geweld niet. Voor Nederlandse bedrijven die inmiddels in het land actief zijn, is het nu vooral zaak om te zorgen dat het personeel veilig is.

„Op dit moment functioneren veel instituties niet, waardoor er bijvoorbeeld betalingsverkeer grotendeels stilligt is en nauwelijks afhandeling is van goederen in de haven”, zegt directeur Matthias Brienen van Larive International, dat bedrijven ondersteunt bij zakendoen in opkomende landen en vijftien tot twintig bedrijven heeft geholpen op weg naar Myanmar.

„Ik had al gerekend op een matig jaar vanwege corona en ik kan het tot oktober uithouden”, zegt een Nederlander met een reisorganisatie en een een bedrijf in geestelijke gezondheidszorg, die net als veel anderen uit veiligheidsoverwegingen niet met naam in de krant wil. „Het minimale bankverkeer is geen probleem voor ons. We werkten vanaf het begin al met contant geld en bewaren dat in een kluis.”

Dinsdag kwam actiegroep Justice for Myanmar met een onderzoek waaruit blijkt dat pensioenbeleggers APG en PGGM $2,3 miljard aan vermogen hebben in een twintigtal bedrijven – naast regionale bedrijven ook oliereus Total, die zaken doen met de junta.

AARDAPPEL
Myanmar is geen grote handelspartner van Nederland. Bedrijven exporteerden vorig jaar voor €59 miljoen naar het ruim 55 miljoen inwoners tellende land, vooral (landbouw)machines. Nederland importeerde afgelopen jaar voor €213 miljoen uit het land, vooral voeding, levende dieren, rijst en granen.

Desalniettemin is het overwegend Boeddhistisch land aantrekkelijk voor Nederlandse bedrijven, met name in de agrarische sector. Zo proberen bedrijven en kennisinstellingen de inwoners aan onze aardappel te brengen en introduceren ze pootgoed, broedeieren en zaden. Het Westlandse Rijk Zwaan heeft Myanmarese connecties, veevoerconcern De Heus heeft onder meer een kippenslachterij en opende afgelopen jaar nog een nieuw bedrijf.

Myanmar was altijd al een uitdagende markt, in 2017 was er nog de Rohinghya-crisis, waarbij duizenden leden van die moslimminderheid op de vlucht sloegen voor verkrachtingen en moordpartijen. Volgens Brienen zijn omstandigheden nu wel heel slecht. „Al zou de situatie nu stabiliseren, dan zal deze crisis ook de komende jaren nog een grote impact hebben.”

Bedrijven die werknemers hebben in gevaarlijke wijken, proberen die te verplaatsen. Een volledig vertrek is echter wel een hele grote stap, omdat ondernemingen juist bezig zijn met het opzetten van een infrastructuur of voedselketen in het land. „We spelen een belangrijke rol in het leven van de bevolking van Myanmar, vanwege huishoudelijke artikelen zoals zeep, tandpasta, waspoeder en soep”, zegt een Unilever-woordvoerder. „We zullen hard blijven werken om deze producten te leveren, terwijl we tegelijkertijd proberen een veilige werkomgeving te garanderen voor onze collega’s en partners in het land.”

Wees vriendelijk en reageer beleefd op het artikel wat Olleke Bolleke voor u in de Telegraaf gelezen heeft. We moedigen toevoeging van uw reactie op deze content aan, maar kijken wel naar taalgebruik, mocht u een foutje menen te zien of heeft u een tip!, mail uw nieuwsbeer even, hij zal u dankbaar zijn.

Informatie en bron
Illustraties: EPA
Content: Redactie TMG
Bron: Telegraaf.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.