Aan de kant van de Thaise grens proberen ze de doden in Myanmar te tellen

~DUIZEND DODEN STERVEN~
(Enorme angsten uitstaan)

MAE SOT:- In het grensstadje Mae Sot probeert het Thaise leger te verhinderen dat vluchtelingen uit Myanmar de Moei-rivier oversteken.

Aan de muur hangen grote landkaarten van Myanmar en foto’s van politieke gevangenen. Er zit ook een beduimeld fotolijstje tussen met regeringsleider Aung San Suu Kyi die serieus de camera in kijkt. Ventilatoren brommen zacht om de warmte te verdrijven, op een groot wit bord staan aantallen gearresteerde inwoners. Het zijn oude cijfers, uit 2018. Elke maand werden er 36, 68 of 44 arrestaties verricht. Aantallen die niet in verhouding staan met de cijfers van nu.

Vanuit hun kantoor in het Thaise grensstadje Mae Sot houdt activistengroep Assistance Association for Political Prisoners (AAPP) elke dag de aantallen doden, gearresteerden en arrestatiebevelen in Myanmar bij. De meeste internationale media baseren zich op hun gegevens, sinds het leger in Myanmar op 1 februari de macht greep en het steeds gewelddadiger probeert om de protesterende bevolking eronder te krijgen. Vrijdag waren er volgens de AAPP 543 dodelijke slachtoffers en zouden zeker 2.741 mensen zijn gearresteerd.

Ze doen dit werk al jaren en nooit werken ze samen met het leger of de politie, vertelt onderzoeker San Min vanachter zijn computer. „Onze contacten lopen via advocaten en we proberen familie of vrienden te pakken te krijgen om onze informatie te controleren.” Ze krijgen meldingen binnen en struinen zelf sociale media af. Het is behelpen, want in grote delen van Myanmar ligt het internet eruit. Waarschijnlijk liggen de aantallen hoger dan zij bevestigd kunnen krijgen.

„Onze eigen mensen kunnen niet vrij werken, dat is een van onze grootste uitdagingen. Ze moeten onderduiken en alles stiekem doen”, zegt San Min. Voor de zekerheid houden ze ook hun adres in Mae Sot geheim. De Thaise regering kan het prima vinden met het leger van Myanmar.

Hier aan de Thaise kant van de grens leven naar schatting tienduizenden Myanmarezen, waarschijnlijk meer. Ze vormen een mengeling van vluchtelingen die tijdens eerdere conflicten de grens over zijn gekomen en arbeidsmigranten die hier in kledingfabrieken of in de bouw meer kunnen verdienen dan thuis. Met pijn in hun hart zien ze hun familie en vrienden lijden onder het meedogenloze geweld van het leger. En proberen ze te helpen, zo goed en zo kwaad als dat vanaf een afstand gaat.

Gewapend verzet
Een van hen is Wana Zaw. Hij komt uit een dorp dat inmiddels is opgeslokt door Yangon, de grootste stad van Myanmar. In een theehuis waar je onbeperkt thee drinkt uit lage kopjes zonder oor, vertelt Wana Zaw dat hij elke dag met zijn ouders belt. „Ze zijn bang. Ons dorp ligt min of meer ingesloten door militaire bases. Overdag komen de soldaten waarschuwen dat ze ’s nachts terugkomen en dan schieten ze in de huizen.” Er vielen twee doden in hun dorp, volgens Wana Zaw omdat sommige inwoners niet te vertrouwen zijn en aan de militairen doorgeven wie ze moeten hebben. „De meeste buren zijn al gevlucht.”

Wana Zaw woont al jaren in Mae Sot en is gewend om op afstand van zijn familie te zijn. Maar deze situatie maakt hem verdrietig, zegt hij: „Ik ben al twee maanden alleen maar daarmee bezig.” Met een club vrienden hebben ze T-shirts met opdruk tegen de staatsgreep laten maken. Die verkopen ze en de opbrengst gaat naar Myanmar. Ze zamelen ook geld, eten en kleding in om te doneren aan Myanmarezen die vanuit de grote steden naar het grensgebied zijn gevlucht. „En we regelen Thaise simkaarten voor de mensen hier vlak over de grens, zodat ze via het Thaise netwerk op internet kunnen. Die simkaarten zijn maar tien dagen geldig, dus we hebben steeds nieuwe nodig.”

Voor het vervoer van de spullen vragen ze hulp aan clubs als de AAPP. De grens tussen Thailand en Myanmar is officieel dicht vanwege de risico’s op verspreiding van het coronavirus, ook reden dat buitenlandse journalisten het land amper in komen. Maar non-gouvernementele organisaties die hier al jaren zitten, weten hun weg naar de overkant wel te vinden.

In Mae Sot heeft het Thaise leger na 1 februari grote rollen prikkeldraad gespannen bij de brug die over de Moei-rivier naar Myanmar leidt. Maar een paar kilometer ten noorden of ten zuiden van de stad is die rivier, de natuurlijke grens tussen de twee landen, een dun stroompje waardoor je zelfs nog lopend aan de overkant zou kunnen komen.

Daar aan de overkant heeft de Karen National Union (KNU) het voor het zeggen. De Karen zijn één van de oudste en grootste minderheden van Myanmar, die al decennia een gewapende strijd voeren voor meer autonomie binnen het land. Sommige vrienden van Wana Zaw willen nu bij de militaire tak van de KNU trainingen in gewapend verzet volgen, vertelt hij: „Een vriend van me is al uit Yangon naar het grensgebied gereisd omdat hij wil vechten tegen het leger. En ze vragen of ik hier in Mae Sot aan geweren kan komen. Ze willen iets doen, er zijn gewoon te veel doden gevallen.”

Er gaan meer verhalen rond over jongeren die zich bij etnische gewapende groeperingen melden. Ze zijn vastbesloten om het leger te verslaan, om de strijd langer vol te houden dan de militairen.

Zo’n onderlinge test van uithoudingsvermogen betekent dat de crisis zich de komende maanden zal verdiepen, analyseert de gerenommeerde denktank International Crisisgroup: „Met vooruitzicht op meer bloedvergieten, economische schade, humanitaire nood en een toename van vluchtelingen naar buurlanden de komende maanden.” Bovendien legt de ‘burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging’ het land al weken zo ongeveer plat. Vooral de stakingen in de bankensector en infrastructuur hebben grote impact. Zonder betalingen en vervoer van goederen kan er maar weinig.

Tegelijk zette een groep parlementariërs die een soort schaduwregering vormt afgelopen week een grote symbolische stap. Ze verklaarden de grondwet uit 2008, geschreven door generaals, ongeldig en kwamen met een eigen handvest met veel aandacht voor de positie van etnische minderheden. Hun doel is een federale unie waarin burgers „vreedzaam samenleven” en alle nationaliteiten „dezelfde erkenning en respect” krijgen. De etnische Birmanen zijn in de meerderheid in Myanmar en hebben andere minderheden altijd weggedrukt. De bedoeling zou nu zelfs zijn om een federaal leger te vormen, waar de gewapende etnische groeperingen de basis van zouden vormen als tegenwicht tegen het nationale leger.

Viscurry
Zo ver is het nog lang niet. In de tussentijd maken ze bij de kliniek van dokter Cynthia Maung viscurry en rijst klaar. Vrijwilligers scheppen in grote wokken sardientjes om, bedoeld voor een groep vluchtelingen die de afgelopen dagen naar Thailand is gekomen. Luchtaanvallen op hun dorpen dreven hen de grens over. Het Thaise leger sommeerde een deel van hen na de aanvallen terug te gaan, maar een groep van zo’n tweeduizend Myanmarezen bleef. Ze zitten op vijf uur rijden hiervandaan, maar dat maakt voor Cynthia Maung weinig uit. „Ze moeten toch iets te eten krijgen.” Het lukt haar mensen ook nog om de grens over te steken en daar hulp te bieden, zegt ze. „Stilletjes.”

Cynthia Maung weet hoe het voor de vluchtelingen moet zijn. Ze is zelf in 1988 met een clubje collega’s naar Thailand gekomen, vanwege de brute respons van het leger op de studentenprotesten waar zij ook aan meededen. Dagen liepen ze door de jungle. „We dachten dat we hier een maand of drie zouden zitten, misschien een half jaar.” Maar hun hulp bleef nodig en inmiddels runt Maung net buiten Mae Sot een drukke, goed lopende medische kliniek. Er komen nu vooral arbeidsmigranten – voor illegalen in Thailand is gezondheidszorg lastig te krijgen.

Voor Cynthia Maung was teruggaan dus ook geen optie toen in 2010 de voorzichtige democratisering in Myanmar begon en de regering aan advocaten en activisten vroeg om terug te keren. „Wij hadden hier gewoon nog werk te doen.”

De staatsgreep kwam voor de kalme, bedachtzame Cynthia Maung niet als verrassing. „Het leger heeft de afgelopen jaren toch steeds weer geprobeerd zijn macht uit te breiden.” Maar ze ziet ook hoe vastberaden de jonge generatie nu is: „Ze zijn heel sterk, ze geven niet op.” Ze kent haar land te goed om naïef of optimistisch te zijn: „In 1988 hebben advocaten en politici ook al eens een ontwerp voor een federale grondwet gemaakt. Misschien zouden ze die nog eens kunnen bespreken.”

Wees vriendelijk en reageer beleefd op het artikel wat Olleke Bolleke voor u in de media gelezen heeft. We moedigen toevoeging van uw reactie op deze content aan, maar kijken wel naar taalgebruik, mocht u een foutje menen te zien of heeft u een tip!, mail uw nieuwsbeer even, hij zal u dankbaar zijn.

Informatie en bron
Illustraties: NRC
Content: Annemarie Kas
Bron: NRC.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.