BANGKOK — In een zorgvuldig gepolijste tocht naar internationale erkenning landde Min Aung Hlaing donderdag in Bangkok. De gepensioneerde generaal — sinds april officieel president van Myanmar en door het Westen bestraft met vele sancties, zoekt met dit bezoek naar ademruimte en economische kansen, terwijl Thailand zich profileert als bemiddelaar in een regio vol wantrouwen.

Het beeld is beladen (zoals ik in de titel geschreven heb),Min Aung Hlaing is een man die in 2021 de macht greep en sindsdien het land in een bloedige interne strijd stortte, nu ontvangen aan conferentietafels en in het gezelschap van zakenlieden. Sinds de staatsgreep zijn Myanmarese leiders uitgesloten van ASEAN-toppen; toch hoopt Bangkok de deur op een kier te zetten zonder de indruk te wekken de junta te normaliseren.
Premier Anutin Charnvirakul noemt het beleid een “gekalibreerde hernieuwde betrokkenheid”: praten om druk te houden op het vastgelopen ASEAN-vredesplan, niet om instant erkenning te verlenen. Critici zien het fragiele evenwicht meteen: dialoog kan snel aanvoelen als acceptatie, zeker nu mensenrechtenwaarnemers melding maken van een escalerend geweld en intensievere luchtbombardementen op burgerdoelen.

Een kleine diplomatieke winst was maandag zichtbaar toen Aung San Suu Kyi, sinds de coup gevangengezet, een bezoek kreeg van het Internationale Comité van het Rode Kruis, een stap die Thailand naar eigen zeggen kan aanvoeren als reden voor hernieuwde betrokkenheid.
Economisch is de aanleiding even praktisch als politiek. Thailand wil handel en investeringen opkrikken met een grondstofrijk buurland dat strategisch belangrijk blijft. Thaise bedrijven hebben grote belangen in hotels, banken en industrie, maar bovenal in energie: PTT Exploration and Production is actief in de grote offshore-gasvelden Yadana en Zawtika. Toch blijft de handelsstroom kwetsbaar; de Thaise export naar Myanmar daalde fors sinds de pandemie en de coup — van ruim 800 miljard baht per jaar vóór de crises naar circa 67 miljard baht in de eerste vijf maanden van 2026.
Voorstanders noemen het bezoek een voorzichtig gebaar van goede wil; sceptici waarschuwen dat het weinig meer dan dat zal zijn zolang er geen concrete stappen komen op het vredesplan. Thailand staat met één been in de rol van bruggenbouwer en met het andere in geopolitieke onzekerheid: winnen ze invloed binnen ASEAN, of geven ze onbedoeld internationale legitimiteit aan een regime dat door velen als paria wordt gezien?
