“Zijn we er tóch ingetuind?”

“Zijn we er tóch ingetuind?”

Door Eric van Dusseldorp

Er zijn van die uitspraken in de Nederlandse geschiedenis die zich hebben weten vast te beitelen in het collectieve geheugen.

Historische uitspraken

Wat te denken van “Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk”, toegeschreven aan Willem van Oranje, vader des vaderlands, na te zijn neergeschoten door Balthasar Gerards. Of “Dab liever de lucht in”, de naar verluidt laatste woorden van luitenant Jan van Speijk tijdens de Belgische opstand, toen hij zichzelf en tientallen anderen opblies door een sigaar in een kruitvat te steken. Kortom, een volksheld. En Colijn in 1936: “Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.” Enkele jaren later brak de Tweede Wereldoorlog uit…

Meer recent is “Zijn we er tóch ingetuind.” van Herman Kuiphof. We noteren de 43e minuut van de WK-finale Duitsland-Nederland in 1974, München. Na twintig seconden herhaalde Kuiphof deze woorden, die profetisch bleken te zijn. Er was nog een hele tweede helft te gaan, maar de commentator wist kennelijk al zeker dat Oranje het niet zou redden en dat kwam uit.

Kleine zusjes verkopen roosjes

Ik was niet van plan om er in te tuinen toen ik in Soi Watboon, Jomtien, gezellig aan een tafeltje zat met een barmeisje. Want ik wist het wel: soms komen er piepkleine kindertjes voorbij met een boeketje met twee roosjes (of tulpen, echte mannen zien het verschil niet eens). Om 11 uur ‘s avonds, terwijl ze al lang in bed hadden moeten liggen. Morgen weer naar school en zo. Terwijl het met armoede niets te maken heeft, de ouders komen steevast aanrijden in peperdure auto’s, laten de kinderen los om ze even later weer op te pikken en naar de volgende soi te brengen.

Maar daar kwamen ze aanhuppelen. Kennelijk twee zusjes waarvan degene die achteraan liep zo klein was dat het amper leek te kunnen bestaan. Bloemetjes in de aanbieding, en dan smelt je toch weer. Hoeveel voor twee stuks? 100 baht? Beetje veel hè? Maar je gaat geen keiharde onderhandelingen aan met zulke jonge meisjes, dus we betalen het wel weer. De kindjes liepen door om al na vijf minuten terug te keren. Zonder bloemetjes.

Toch ingetuind

Ik gaf het boeketje aan het barmeisje, maar ze keek niet eens zo heel blij. “Mama, papa big car,” zei ze. “Ben ik er toch weer ingetuind”, dacht ik toen. Aan de andere kant: Thailand is een vechtmaatschappij waarin iedereen probeert te overleven. Deze mensen – de ouders – doen dat ook en ik onthoud me daarom van al te negatieve waardeoordelen.

Wat later rekende ik af en vervolgde mijn eigen eenzame weg naar mijn condo. “Zijn we er toch ingetuind.” leek het ergens vaag te klinken. Voor de zekerheid keek ik naar boven, maar zag alleen de sterrenhemel.

Tags:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Leave the field below empty!