“Weet je wat ze met hem moeten doen?” Richard nam nog een slok van zijn Singha. “Met pek volsmeren, daar veren in steken en die man vervolgens uit Amerika laten opflikkeren.”
Hij, een Nederlander die net als ik al een tijdje in Jomtien woont, keek er nog serieus bij ook. We zien elkaar heel af en toe in een aftands barretje, eigenlijk meer een pijpenlaatje. We hadden het over het Nederlands elftal en dan kom je al gauw op de veelgeplaagde coach Ronald Koeman.
“Nou, waarom zo heftig?”, wilde ik weten. “Hij doet toch zijn best en er is bovendien nog geen bal getrapt.”
“Ze kunnen niet voetballen”
Richard begon te gesticuleren: “Maar je ziet toch ook wel dat hij er niks van kan? De helft van de geselecteerden kan niet voetballen en sowieso zitten er te weinig spelers van mijn club in.”
Ik haalde mijn schouders op. “Wat jij zegt is zo typisch Nederlands. Wij vergeten onze helden zo snel. In een land als Italië blijf je een held als je als inwoner iets geweldigs hebt gepresteerd. Rossi en zo, ze worden op handen gedragen en dat blijft zo, ook al presteren ze op een gegeven moment wat minder.”
“Wordt dit de beslissing… ja!”
Er viel een ongemakkelijke stilte. Ik leegde mijn Singha – om de column Thailand gerelateerd te houden – en vervolgde: “Zonder Koeman waren we in 1988 nooit Europees kampioen geworden. Al die wedstrijden tegen Duitsland en in de finale Rusland hadden nooit bestaan. Al die beelden die in ons netvlies geprint zijn, het doelpunt in de laatste minuut van Marco van Basten tegen Duitsland (“Wordt dit de beslissing… ja!”) en die prachtige goal van diezelfde Van Basten tegen Rusland, die ons de titel opleverde. Met Rinus Michels die met de hand op zijn voorhoofd sloeg. Zonder Koeman was dat allemaal nooit gebeurd.”
Ik ging verder: “Vooral die wedstrijd tegen onze oosterburen verloste Nederland van een trauma. De oorlog speelde in 1988 bij de ouderen nog een beetje en hier en daar klonk het zelfs “Opa, we hebben je fiets terug.” En recenter was er natuurlijk de WK-finale in München tegen datzelfde Duitsland. Toen 1-2, nu 2-1 met vreemd genoeg hetzelfde scoreverloop, inclusief de penalty’s.”
“Domme sneeuwvlok”
“Ja, dat waren mooie tijden,” moest Richard toegeven. “Maar wat heeft die domme sneeuwvlok daarmee te maken?”
“Nou, eigenlijk alles,” repliceerde ik. “Herinner jij je nog die wedstrijd tegen Ierland? Bij een gelijkspel zouden we er helemaal uitliggen en enkele minuten voor het einde stond het nog nul-nul. Uit een kluts kreeg Koeman opeens de bal en hij schrok er zo van dat hij dat ding keihard de grond in trapte. De bal sprong binnen het strafschopgebied vervolgens dermate hoog op dat Wim Kieft, die daar toevallig stond, niets anders kon doen dan het leren gevaarte maar in het doel te koppen.”

Een lucky, maar wat geeft het.
“Een lucky, maar wat geeft het.” was de legendarische reactie van Theo Reitsma. We hebben het dan over een van onze meest saaie voetbalcommentatoren ooit, maar deze uitlating was iconisch en wordt, in andere gremia, nog vaak gebezigd.
Barmaat Richard was maar half overtuigd. “Ja ja ja ja ja ja ja.” klonk het. Plots leek het wat overtuigender. “Maar eigenlijk zeg je het zelf. Een loeiend hard schot, maar totaal in de verkeerde richting, typisch Koeman.”
En om eerlijk te zijn, kon ik hem geen ongelijk geven. Aan de andere kant, zo stelde ik: “Het gaat zoals het gaat, ook bij voetbal en uiteindelijk bezweek Ierland toch onder de Nederlandse druk. Zonder geluk vaart niemand wel, ook wij niet, als toeschouwers. Doen wij het beter?”
Ronald en spelers, ga ervoor!
Richard en ik gingen die avond wat ongemakkelijk uit elkaar. En voor de lezer: laten we achter al onze spelers staan, ze gaan ongetwijfeld hun best doen. Wellicht is de kwaliteit van het collectief net iets te laag, maar dat kun je niemand verwijten. Spelers, ga ervoor en Ronald, wees geen koe, man!
