Een lezer van mijn Thailand-columns stuurde mij een artikel uit The Nation. Hij schreef erbij dat het volgens hem belangrijk was om ook deze donkere kant van Thailand te kennen.
Het artikel gaat over de mentale gezondheid van Thaise schoolkinderen. Er staat een cijfer in dat bij mij bleef hangen: iedere dag zouden in Thailand twee tieners door zelfdoding overlijden. Het aantal pogingen zou nog veel hoger liggen.
Twee kinderen per dag!
Achter dat cijfer zitten kinderen. Ouders, broers, zussen, klasgenoten en leerkrachten. Mensen voor wie het leven daarna nooit meer hetzelfde wordt.
Thailand wordt vaak het Land van de Glimlach genoemd. Wie hier op vakantie komt, ziet vriendelijke mensen, prachtige tempels, volle markten, heerlijk eten en kinderen in keurige schooluniformen. Maar een glimlach vertelt natuurlijk nooit het hele verhaal.
Juist daarom kwam dit artikel bij mij binnen. De kinderen over wie het gaat, zien er aan de buitenkant waarschijnlijk niet anders uit dan de schoolkinderen die ik in Thailand op straat zie. Ze lopen met hun vrienden, halen onderweg iets te eten en kijken op hun telefoon. Gewone tieners, zoals overal ter wereld.
Volgens deskundigen in het artikel ervaren veel Thaise kinderen grote druk. Ze moeten hoge cijfers halen, veel uit hun hoofd leren en goed presteren tijdens belangrijke examens. Het onderwijs zou te veel op een fabriek zijn gaan lijken, waarin van ieder kind ongeveer hetzelfde wordt verwacht.
Maar kinderen zijn geen producten die allemaal op dezelfde manier van een lopende band rollen. Het ene kind leert gemakkelijk uit een boek. Het andere kind leert door te doen. De een kan lang stilzitten en de ander heeft beweging nodig. Ook gaat ieder kind anders om met spanning, verdriet en verwachtingen.
Wat mij ook opviel, is dat de druk niet bij de kinderen stopt. Ouders willen dat hun kind een goede toekomst krijgt. Leerkrachten moeten resultaten behalen. Zo ontstaat er een systeem waarin iedereen zijn best doet, maar waarin soms niemand meer vraagt hoe het werkelijk met een kind gaat.
Ik weet te weinig van het Thaise onderwijs om te vertellen hoe het anders moet. En als Nederlandse hoef ik Thailand al helemaal niet uit te leggen hoe het zijn problemen moet oplossen. Maar twee tieners per dag is geen cijfer dat je zomaar naast je neer kunt leggen.
Sinds ik het artikel heb gelezen, kijk ik anders naar die groepjes kinderen in hun schooluniform. De meesten lachen, praten en plagen elkaar. Waarschijnlijk gaat het met de meesten ook gewoon goed.
Maar niet met allemaal.
Thailand blijft voor mij het Land van de Glimlach. Alleen weet ik nu nog beter dat je aan een glimlach niet altijd kunt zien welk verhaal erachter verborgen blijft.
Met vriendelijk groet,
Erica de Winter
