Buiten is het vijfendertig graden. Binnen voelt het als een Nederlandse winterdag. Dat is ongeveer hoe een gewone dag in Thailand voelt. Je loopt buiten in de warmte, probeert niet te veel te bewegen en zoekt automatisch de schaduw op. Zodra je een winkel, restaurant, taxi of hotel binnenstapt, beland je zonder waarschuwing in een ander klimaat.
De airco staat namelijk zelden op een bescheiden standje. In Thailand lijkt een airco maar twee mogelijkheden te hebben: uit of Noordpool. De eerste minuten is het heerlijk. Je voelt de koele lucht en denkt: wat een verademing. Na tien minuten wrijf je voorzichtig over je armen. Na twintig minuten kijk je om je heen of er ergens een verdwaalde pinguïn loopt.

Vooral in restaurants is het soms een hele zoektocht naar de juiste tafel. Je wilt niet vlak onder de airco zitten, maar ook niet te ver ervan vandaan. Te dichtbij betekent eten met opgetrokken schouders. Te ver weg betekent dat je alweer begint te zweten voordat het voorgerecht op tafel staat.
Soms denk je een goede plek gevonden te hebben. Dan voel je ineens een koude luchtstroom precies in je nek. Je schuift je stoel een stukje op, maar het lijkt alsof de airco je heeft gezien en gewoon met je meedraait.
Ook in een taxi kan het spannend zijn. Buiten stap je in met het gevoel dat je langzaam smelt. Binnen voelt het alsof de chauffeur de temperatuur speciaal heeft ingesteld voor het vervoer van diepvriesvis. Je zit nog geen vijf minuten en begint je af te vragen waarom je in hemelsnaam geen vest hebt meegenomen naar een tropisch land.
Dat klinkt natuurlijk ook een beetje vreemd. Niemand denkt bij het inpakken voor Thailand: zonnebrand, slippers, zwembroek en een warme trui. Toch zou het eigenlijk gewoon in iedere reisgids moeten staan.
Wat me opvalt, is dat ook veel Thai binnen een vest of jasje aantrekken. Dat stelt me ergens gerust. Het ligt dus niet alleen aan mij. Blijkbaar vinden zij het ook weleens koud, maar niemand lijkt op het idee te komen om de airco een paar graden hoger te zetten.
Het grootste verschil merk je wanneer je weer naar buiten gaat. De schuifdeur gaat open en de warmte slaat als een vochtige deken om je heen. Je bril beslaat, je haar krijgt spontaan een eigen wil en binnen een paar minuten vraag je je alweer af waarom je net zat te klagen over de kou.
Ik begrijp natuurlijk wel waarom overal airco is. De Thaise warmte kan behoorlijk vermoeiend zijn en een koele ruimte is dan heerlijk. Maar tussen vijfendertig graden buiten en achttien graden binnen moet toch ergens een temperatuur bestaan waar iedereen gewoon comfortabel kan zitten?
Tot die gevonden is, hoort een vest voor mij gewoon bij de Thailand-uitrusting. Dus mocht je mij ooit bij vijfendertig graden met een vest over mijn arm zien lopen, denk dan niet dat ik in de war ben. Ik ben voorbereid op de kou. Die begint in Thailand meestal direct achter de eerstvolgende schuifdeur.
Erica de Winter
