In de Bibliotheek
In de universiteitsbibliotheek is het zeer stil, ook al zitten er heel veel studenten te studeren. Een gast vraagt zachtjes aan een meisje: “Is deze stoel vrij?”
Het meisje antwoordt luid: “NEE, IK GA NIET MET U NAAR BED!” Alle studenten in de bibliotheek kijken op en staren die gast aan. Hij wordt heel rood en zoekt snel een vrij plaatsje aan een andere tafel.
Na enkele minuten staat het meisje op, wandelt langs de tafel waar de jongen heeft plaatsgenomen, en fluistert triomfantelijk: “Ik studeer psychologie, ik weet hoe ik iemand moet manipuleren. Gij waart nogal gegeneerd hé manneke!”
De jongen antwoordt luid: “500 EURO VOOR 1 NACHT? DAT IS VEEL TE VEEL!” Iedereen in de bibliotheek staart nu in shock naar het meisje. De jongen fluistert: “Ik studeer rechten, ik weet hoe ik iemand schuldig kan doen lijken…”
Mooie Dood
Een leraar stelt de volgende vraag aan zijn leerlingen: “Wat betekent voor jullie een mooie dood?”
Een meisje achterin de klas antwoordt: “Sterven zoals mijn grootmoeder.”
“Ach zo, en hoe is uw grootmoeder dan gestorven?”
“Ze is in slaap gevallen.”
Vraagt de leraar vervolgens: “En wat betekent voor jullie een vreselijke dood?”
Antwoordt hetzelfde meisje: “Sterven zoals de vriendinnen van mijn grootmoeder.”
Geïntrigeerd vraagt de leraar aan het meisje: “En hoe zijn die dan gestorven?”
“Zij zaten allemaal in de wagen van mijn grootmoeder toen die in slaap viel.”
Een Duitse Herder
Een man komt bij een asiel omdat hij graag een hond wil. Hij ziet een mooie Duitse herder en vraagt aan de verzorger waarom de hond in het asiel zit.
De verzorger antwoordt: “Het is een Duitse herder, maar heeft een hekel aan de Duitse taal. Als u de naam van iets in het Duits uitspreekt, scheurt hij het aan flarden.”
“Let op,” zegt de verzorger, “das bakje.” De hond rent op het bakje af en scheurt het in kleine stukken.
“Ach,” zegt de man, “ik vind het een mooie hond en als we daarmee rekening houden, kan het een goede hond zijn.”
Thuisgekomen laat de man trots de hond zien aan zijn vrouw die lui op de bank ligt.
“O,” zegt de vrouw, “dat is toch wel een mooie hond, wat lief van je.”
De man, nu nog trotser, vertelt dat de hond niet tegen de Duitse taal kan en doet het voor. “Kijk,” zegt de man, “das telefoon,” en de hond rent naar de telefoon en bijt die helemaal kapot.
“Tjee,” zegt de vrouw, “das klote….!!!!!!!!!!!!!”
Fijn Weekend,
Reinold
