THAILAND: Ik zat vorige maand meerdere keren in hotels, wat resulteerde in ontbijtbuffetten. Van die lange tafels met broodjes, fruit, yoghurt, eitjes en mensen die nog half slaperig rondlopen met een kop koffie in hun hand. En iedere keer gebeurde hetzelfde. Niet bij iedereen, natuurlijk, maar altijd wel bij een paar mensen.
Ik zag hoe er eerst rustig werd rondgekeken. Even inschatten of iemand het zag, en daarna verdwenen er ineens broodjes in tassen. Bananen, gekookte eitjes, kleine bakjes yoghurt. Soms zelfs complete stapels beleg of muffins, gewikkeld in servetten.
Maar dit was niet alles. Want sommigen gaan nog een stap verder. Die smeren eerst rustig hun boterhammen aan tafel, alsof er niets aan de hand is. Ondertussen gaat er een plastic zakje open, of, en dit zag ik echt, een Tupperware-bakje dat kennelijk speciaal voor deze gelegenheid was ingepakt. Dat is geen impuls meer; dat is voorbedachte rade. Iemand heeft thuis aan de keukentafel nagedacht: ik neem mijn bakje mee. Niet één broodje voor onderweg omdat iemand vroeg moet reizen. Nee, echt tassen vullen.
Ik blijf dan automatisch kijken. Niet eens expres. Of misschien stiekem toch wel. Maar ik blijf ook kijken uit verbazing. En het bijzondere is: bijna altijd voelen mensen dat. Ze gaan sneller bewegen en worden ongemakkelijk. Ze kijken weg, alsof ze ergens zelf ook wel weten dat het eigenlijk niet klopt.
En iedere keer denk ik hetzelfde: waarom doen ze dit eigenlijk? Het zijn niet alleen Nederlanders. Ik heb het mensen zien doen van allerlei nationaliteiten: Duitsers, Britten, Russen, Aziaten, noem maar op. Het maakt blijkbaar niet uit waar je vandaan komt. De meeste mensen die ik het zie doen, hebben helemaal geen hongerwinter achter de rug. Ze slapen in hotels, vliegen de wereld over, bestellen later op de dag gerust een cocktail of huren een scooter voor een paar dagen. Maar bij een ontbijtbuffet verandert er blijkbaar iets. Alsof ontbijten in een hotel ineens betekent: meenemen wat je kunt.
Het bijzondere is: ik zie het niet alleen in Nederland, maar ook in Thailand. En dat vind ik misschien nog wel opmerkelijker. Want in Thailand, waar gastvrijheid zo diep in de cultuur zit en waar je bij een lokaal kraampje wordt bediend alsof je een vriend bent, zie ik toeristen met strandtassen richting het ontbijtbuffet lopen alsof ze even boodschappen doen. Dezelfde bewegingen, hetzelfde snelle rondkijken, hetzelfde ongemak als iemand blijft kijken.
Het lijkt dus niet aan de plek te liggen, en ook niet aan de afkomst. Het zit ergens anders. Misschien zit het in de mens. Misschien praten mensen het voor zichzelf goed of denken ze dat “iedereen het doet.” Maar eerlijk? Ik vind het beschamend. Niet eens vanwege dat broodje of dat stukje fruit; daar gaat een hotel echt niet failliet aan. Het gaat meer om wat het zegt over hoe normaal het blijkbaar is geworden om altijd maar iets extra’s mee te willen pakken.
En misschien nog meer over hoe ongemakkelijk mensen worden zodra iemand gewoon blijft kijken. Want mensen die vinden dat het normaal is, worden meestal niet zenuwachtig van een blik.
Erica de Winter
