BANGKOK — De Thaise economie krijgt klappen. Handelsspanningen, hogere energiekosten, duurdere vracht en een stortvloed aan goedkope Chinese spullen drukken de bedrijvigheid. Uit een analyse blijkt dat werknemers, boeren en kleine ondernemers dat nu meteen voelen.
Fabrieken proberen te bezuinigen: lijnen worden samengevoegd, verlieslijdende vestigingen dichtgegooid en werktijden teruggedraaid. Kleintjes zijn het kwetsbaarst; sommige bedrijven houden het niet vol en stoppen helemaal. Grote spelers snijden in kosten en richten zich op een strakke, efficiënte organisatie om winst te behouden.

Dagloners en landbouwgezinnen hebben het het zwaarst — hun inkomen hangt aan de industrie en die krimpt. De binnenlandse kerninflatie blijft laag (onder 0,5%). Dat wijst volgens de analyse niet op overvloed, maar op minder koopkracht: mensen hebben minder geld, dus marktkramen en buurtwinkels verlagen hun prijzen om klanten te houden.
De regering startte het tijdelijke programma Thai Chuai Thai Plus om de vraag aan te wakkeren, maar contante uitkeringen helpen waarschijnlijk maar even. Met een staatsschuld van rond de 66,4% van het bbp waarschuwen economen dat de staatskas weinig ruimte heeft — en dat de begroting voor 2027 vertraging of slechte keuzes kan krijgen.
Analisten zeggen dat er blijvende maatregelen nodig zijn: beschermen tegen oneerlijke buitenlandse concurrentie, investeren in omscholing en de concurrentiekracht van de Thaise industrie versterken. Hoe de regering dat aanpakt kan de politieke verhoudingen richting de volgende verkiezingen bepalen.
Jelle, correspondent in Thailand
Illustratie: gegenereerd door Google Gemini
