1: IN HET BEJAARDENHUIS
Georgette en Marcelleke wonen beiden in een bejaardentehuis en hebben iets met elkaar. Ze zijn beide 96 jaar en aan hun rolstoel gekluisterd. Elke avond hebben ze een afspraakje in de TV zaal. Georgette houdt dan passief Marcelleke zijn penis vast en ze kijken een uurtje TV. Het is geen geweldige relatie, maar ‘het is al wat ze hebben.’
Op een avond komt Marcelleke niet meer opdraven. Ook de twee daaropvolgende avonden komt hij niet. Georgette neemt aan dat hij ziek is, maar de volgende ochtend ziet ze hem vrolijk door de gang rijden.
Ze houdt hem tegen en vraagt:
- ‘Waar was jij de afgelopen dagen?’
- Hij antwoordt: ‘Als je het dan zo graag wil weten, ik was bij een ander!’
- ‘Vuile smeerlap!’ schreeuwt ze. ‘Wat deden jullie dan?’
- ‘Precies hetzelfde wat wij altijd doen,’ antwoordt hij.
- ‘Is ze mooier of jonger dan ik?’ vraagt ze.
- ‘Nee, ze is net zo mooi en zelfs 98 jaar!’
- ‘Maar in hemelsnaam! Wat heeft zij dan dat ik niet heb?’ vraagt Georgette.
Marcelleke glimlacht en zegt: ‘Parkinson.’
—
2: BIJ DE BUSHALTE
Bij een drukke bushalte stond een mooie jonge vrouw met een strakke leren rok aan op de bus te wachten. Toen de bus arriveerde en het haar beurt was om in te stappen, realiseerde de vrouw zich dat haar rokje te strak zat om haar been hoog genoeg op te kunnen tillen.
Zichtbaar gegeneerd en met een verlegen glimlach naar de buschauffeur maakte ze de rits aan de achterkant van haar rok een beetje los, in de hoop zo voldoende speling te krijgen om haar been hoog genoeg op te kunnen tillen. Ze probeerde de bus te betreden, maar zonder succes.
De vrouw schaamde zich en maakte de rits aan de achterkant van haar rok nog een beetje los. Daarna probeerde ze de bus weer te betreden. Wederom lukte het de vrouw, die zich nu wel erg geneerde, niet om haar been omhoog te krijgen.
Ze lachte nogmaals naar de buschauffeur en maakte de rits aan de achterkant van haar rok nog een beetje los, maar weer lukte het haar niet om de bus te betreden.
Op dat moment tilde een grote man, die achter haar stond, de vrouw bij haar middel op en liet haar weer voorzichtig zakken in de bus.
Woedend draaide de vrouw zich om naar de man en schreeuwde: “Hoe durf je me aan te raken! Ik ken je niet eens!”
De man lachte en zei koeltjes: “Nou mevrouw, normaal gesproken zou ik het met u eens zijn, maar nadat u mijn gulp drie keer hebt losgemaakt, dacht ik dat we vrienden waren.”
—
3: MOEILIJKE WOORDEN VOOR SENIOREN
Jef kwam Pier tegen op de markt. Pier vroeg: ‘Heb je nog iets van Fons gehoord? Ik heb hem al lang niet meer gezien.’
- “Maar die is toch gestorven, Pier.”
- “Dat wist ik niet. Wanneer dan en wat heeft hij gehad?”
“Hij leed aan een hartziekte en toen heeft hij een ‘pesewever’ gekregen. Dat was allemaal goed en wel. Na enkele maanden werd hij ziek aan de ‘protestant’. En nu is hij overleden. Ik ben hem een kruiske gaan geven in het dolfinarium in Bree. Hij lag er heel mooi opgebaard en ik ben ook naar de begrafenis geweest. De pastoor heeft een heel mooie homofilie gehouden over hem. Na de viering werd hij niet op het kerkhof begraven. Ze brachten hem naar de crêmerie in Antwerpen.”
Fijn weekend!
Reinold