BANGKOK: De dieselprijs in Thailand gaat met 6 baht per liter omhoog, van 33 naar 39 baht, wat opnieuw zorgen oproept over koopkracht en bevoorrading. De aankondiging leidde tot felle kritiek van Korn Chatikavanij, parlementslid en vicevoorzitter van de Democratische Partij, die de regering beschuldigt de lasten volledig bij burgers en bedrijven neer te leggen.

Chatikavanij zei op Facebook dat de verhoging onverwacht kwam nadat hij uren in het parlement had gezeten. “Het lijkt erop dat de regering heeft gewacht tot de zitting voorbij was om deze informatie bekend te maken,” aldus de politicus.
Hij waarschuwde dat zonder adequaat beleid de dieselprijs verder kan oplopen tot 50 baht per liter en dat huishoudens en de prijzen van consumptiegoederen daar flink onder zullen lijden.
In toeristische gebieden zoals Koh Samui zijn de brandstofprijzen al substantieel gestegen. Het Oliefonds subsidiëert momenteel tot 27 baht per liter, maar Chatikavanij noemde deze regeling onhoudbaar op de lange termijn. Hij bekritiseerde ook het gebrek aan maatregelen tegen speculatie en het beheer van voorraden, en betwijfelde of de recente verhoging niet vooral bedoeld is om hamsteren te ontmoedigen.

Internationale ontwikkelingen brengen bijkomende onzekerheid. Te midden van spanningen in het Midden-Oosten kregen Thaise raffinaderijen toestemming voor de doorvaart van olietankers die vastzaten in de Perzische Golf. Een tanker van Bangchak Corporation mag op 24–25 maart door de Straat van Hormuz en wordt begin april in Thailand verwacht. Volgens analisten vertegenwoordigt één tanker echter slechts de hoeveelheid ruwe olie voor één tot twee dagen nationale consumptie.
De opgetelde binnenlandse prijsstijgingen en de beperkte impact van nieuwe leveringen zetten de druk op beleidsmakers om snel maatregelen te nemen die zowel consumenten beschermen als speculatie en bevoorradingsrisico’s beperken.
Verslag door Olleke Bolleke in Bangkok
