BIJ DE DOKTER
Franske komt bij de dokter en zegt: “Dokter, ik wil me laten castreren!”
“Pardon?” schrikt de dokter. “Dat meen je niet! Je bent kerngezond — waarom zou iemand van 55 jaar zoiets laten doen als het niet nodig is? Ik kan u dat niet aandoen, Franske!”
“U doet me daar een groot plezier mee, dokter,” zegt Franske. “Wim, mijn beste vriend, heeft het ook laten doen en nu zijn al die knappe meiden niet meer bij hem weg te slaan! Ik wil dat ook. En als u het niet wilt doen, ga ik toch naar een andere dokter. Dokter, ik wil het, héél zeker!”
De dokter voert de operatie uit.
Een paar weken later wandelt Franske door de stad en ontmoet plots zijn vriend Wim.
“En Franske?” vraagt Wim, “heb jij je al laten tatoeëren?”
“Wel… godverdomme,” zegt Franske, “jij altijd met je moeilijke woorden!”
BIJ DE NONNEN
In een klooster werd een pianorestaurateur geroepen omdat de piano van het klooster het niet meer deed.
Toen de man de piano nakeek, haalde hij er drie vibrators uit.
“Voilà,” zei hij, “dat is de reden dat de piano niet meer speelt.” “En hoe komen deze instrumenten in de piano terecht?” vroeg hij aan de moeder-overste.
“Wel, dat zit zo,” zei moeder-overste. “Enkele weken geleden hebben we logies verschaft aan een vriendelijke handelsreiziger en hij kreeg ook een ontbijt van ons. Toen hij vertrok gaf hij ons uit dankbaarheid deze drie toestellen en zei: ‘Hier, steek dat maar eens in jullie viool…’ en omdat we hier geen violen hebben, hebben we ze maar in de piano gestopt.”
IN DE TAXI
Een non neemt een taxi naar Aalst en merkt dat de knappe chauffeur haar voortdurend in het oog houdt.
Ze vraagt hem waarom hij haar constant zo intens bekijkt. Hij antwoordt: “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet in verlegenheid brengen.”
Ze stelt hem gerust: “Mijn zoon, ge kunt me niet kwetsen. Als je non was en zo oud als ik, heb je zo goed als alles al gezien en gehoord. Ik weet zeker dat je me niets kan zeggen of vragen dat voor mij beledigend of kwetsend kan zijn.”
Hij: “Wel, ik droom altijd opnieuw dat een kloosterlinge me heel passioneel kust.”
De non: “Wel, dan kijken we wat daaraan kan gedaan worden. Eerst en vooral moet je vrijgezel zijn en daarnaast ook katholiek.”
De taxichauffeur, al helemaal opgewarmd, antwoordt: “Jaja, ik ben vrijgezel èn katholiek!”
“Oké,” zegt de non, “sla maar de eerstvolgende landweg in.”
Daar voldoet ze zijn fantasie met zijn broek op zijn enkels en een overtuiging die de meest geroutineerde straatmadelief zou doen blozen.
Als ze de weg vervolgen begint de chauffeur te huilen.
“Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je nu toch?”
“Vergeef me dat ik heb gezondigd… Ik moet bekennen dat ik gelogen heb: ik ben getrouwd en ik ben een jood.”
De non antwoordt: “Trek het u niet aan. Ik heet Paul, ben homo en ik ben op weg naar het carnaval in Aalst.”
Fijn weekend❗️
Reinold
