PATTAYA: De rechtbank in Den Haag heeft een schadeclaim van 44 miljoen euro van Johan van Laarhoven en zijn ex-vrouw afgewezen. De Nederlandse staat wordt niet aansprakelijk gehouden voor de zware detentie omstandigheden die het stel in Thailand moest doorstaan.
Van Laarhoven werd in 2014 gearresteerd en bracht 5,5 jaar door in de beruchte Klong-Premgevangenis, de zogenaamde ‘Hel van Bangkok’. Zijn ex-vrouw Tukta zat eveneens vast. Een Thaise rechtbank veroordeelde beiden voor het witwassen van opbrengsten uit Van Laarhovens coffeeshopketen The Grass Company.
Advocaat van Van Laarhoven stelde dat Nederlandse justitie hem bewust zou hebben overgeleverd aan de Thaise autoriteiten. Zij noemde het een “wreed en nietsontziend besluit” en eiste miljoenen aan smartengeld voor de fysieke, psychische en relationele schade.
Landsadvocaat Cécile Bitter betoogde dat het Openbaar Ministerie nooit had willen dat Van Laarhoven in een Thaise cel zou verdwijnen. De brief van de officier van justitie had tot doel Thaise medewerking aan het Nederlandse onderzoek te versnellen, niet zijn aanhouding te realiseren, aldus Bitter.
De rechtbank concludeert dat er in Nederland ernstige verdenkingen tegen Van Laarhoven bestonden en dat de Staat daarom een rechtshulpverzoek aan Thailand kon indienen, ook al bestond het risico op onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden. In een toelichting noemt de rechtbank het vonnis geen gemakkelijke beslissing: enerzijds druist het resultaat in tegen fundamentele mensenrechten, anderzijds zou het opsporing en vervolging ondermijnen wanneer emigratie naar een zogenoemde ‘vrijhaven’ leidt tot straffeloosheid.
Verslag door Olleke Bolleke in Pattaya
