1: DE DIRECTEUR
De directeur van een liefdadigheidsorganisatie merkt dat de topadvocaat van zijn gemeente nog nooit een gift heeft gedaan en besluit hem hierover aan te spreken.
“Meester, we hebben een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat u meer dan €500.000 per jaar verdient, maar geen cent aan een goed doel heeft gegeven. Zou u niet graag iets terugdoen voor de maatschappij?”
De advocaat antwoordt: “En heeft uw onderzoek ook aangetoond dat mijn moeder op sterven ligt na een lange slepende ziekte, en al jarenlang torenhoge ziekenhuisrekeningen heeft, die ze met haar schamele pensioentje nooit kan betalen?”
Een beetje gegeneerd antwoordt de directeur: “Euh… nee.”
“En dat mijn broer een oorlogsinvalide is, die blind werd en in een rolstoel zit?” De verbaasde directeur begint een verontschuldiging te prevelen, maar wordt onderbroken. “En dat mijn zus weduwe is ten gevolge van een auto-ongeval, en zonder geld zit met drie kinderen?”
De directeur, ondertussen knalrood van schaamte, probeert nog: “Sorry, ik had geen idee…”
“Dus als ik hen geen cent geef, waarom zou ik u dan iets geven???”
2: OP DE TREIN
Een man zit in de trein met een zak roze garnalen. Hij pelt de garnalen, eet ze met smaak op en gooit het omhulsel weg. Een meisje dat tegenover hem zit, krijgt genoeg van het gesmak van de man.
“Meneer, wilt u ophouden met dat onsmakelijke gedoe?”
Waarop de man antwoordt: “Luister meisje, ik heb mijn kaartje voor de trein betaald en doe dus wat ik wil.”
Nadat de man de garnalen heeft opgegeten, wil hij een tukje doen. Het meisje pakt haar walkman en zet het geluid keihard aan. De man kan de slaap niet vatten en zegt: “Zet dat ding uit!”
Waarop het meisje antwoordt: “Ik heb mijn kaartje voor de trein betaald en doe wat ik wil!”
Hierop wordt de man boos, pakt de walkman, maakt het raam open en gooit de walkman naar buiten. Het meisje trekt op haar beurt aan de noodrem.
“Haha,” zegt de man, “dat gaat je minstens 1000 euro kosten voor het trekken aan de noodrem.”
“Ja,” zegt het meisje, “en jou minstens 10 jaar gevangenisstraf als ze na mijn verhaal aan jouw vingers ruiken!”
3: DE IMAM
Een imam stapt in een bus en ziet een knappe jonge non op het eerste bankje achter de bestuurder zitten. Hij neemt naast haar plaats en zegt plompverloren: “Ik zou graag met je naar bed willen.”
“Maar meneer,” zegt de non, “vanuit uw geloof weet u dat misschien niet, maar ik ben de bruid van de Heer en aardse seks is mij niet toegestaan.” Bij de volgende halte stapt ze uit, spijtig nagekeken door de imam. De buschauffeur, die het gesprek heeft gehoord, buigt zich over naar de imam: “Pssst! Ik weet hoe je seks met haar kunt hebben. Elke dinsdagavond, dus vandaag, gaat ze naar het kerkhof om te bidden. Als jij nou een witte burka over je heen trekt en je smeert wat lichtgevende poeder in je baard en haren, dan zal ze je in het donker vast niet herkennen, en dan zeg je gewoon dat je God bent.”
Uiteraard is het plan goed genoeg om uitgeprobeerd te worden en inderdaad, wanneer de imam, omhuld door lichtend wit in een burka, op het kerkhof komt, ziet hij uit de verte de non al vol devotie in gebed. Hij gaat naar haar toe en zegt met galmende stem: “Ik ben God en ik wil mijn bruid bezitten!”
De non stribbelt geen moment tegen, maar ze heeft één verzoek. Ze wil toch wel graag haar maagdelijkheid bewaren, dus vindt God het goed haar anaal te bevredigen? Geen enkel punt, dus zo gebeurt het. Maar de imam is een gemene kerel, dus als hij aan zijn gerief is gekomen, slaat hij zijn hoofddoek terug en toont haar schaterlachend zijn gezicht. “Hahaha! Ik ben de imam!” roept hij.
“Hahahaha!!!” roept de non terug, “en ik ben de buschauffeur!”
Fijn weekend,
Reinold
Ze zijn weer goed voor een glimlach