Wie een tijdje in Thailand rondloopt, ziet ze overal: kleine huisjes op een paal, bij een woning of voor een winkel. Het zijn geesthuisjes, bedoeld voor de geest die op die plek woonde voordat er iets werd gebouwd. Ik heb er inmiddels heel wat gezien en ik vind ze nog steeds bijzonder.
Als kunstenaar kijk ik eerst naar de kleuren. Ik zie goud, glitter, bloemen en een sliert wierook die langzaam omhoog kringelt. Tussen al die versiering staat dan een flesje rode frisdrank, open en met een rietje erin, klaar om leeggedronken te worden door iemand die je niet ziet.
Daar blijf ik telkens bij hangen: waarom rood en niet gewoon een flesje water of een kopje thee?

Wie het opzoekt, merkt dat niemand het precies weet. Een veelgehoorde verklaring is dat het rood de plaats inneemt van het bloed van de dierenoffers van vroeger. Een frisdrankje is dan een stuk vriendelijker dan een kip. Anderen zeggen dat rood een gelukskleur is en dat geesten nu eenmaal van zoet houden. Zelf denk ik dat het er ook gewoon mooi uitziet. Zet een flesje water voor zo’n gouden huisje en het valt weg. Zet er een rood flesje neer en het hele plaatje klopt.
In Nederland kennen we weinig van dat soort plekjes. Wij kloppen hooguit even af op hout en lopen dan weer door. In Thailand zet iemand steeds opnieuw iets neer voor wat je niet kunt zien, met verse bloemen en een nieuw flesje. Dat vind ik misschien nog wel het mooiste eraan: de aandacht gaat naar iets wat niemand ooit terugziet en toch doet iemand het met zorg.
Weet iemand van jullie het echte antwoord? Ik vraag me nog steeds af waarom het rood moet zijn.
Erica de Winter

Reacties
Nog geen reacties — wees de eerste!