De eerste keer dat ik in Thailand iemand met zo’n korte bezem zag vegen, dacht ik dat de steel was afgebroken. Maar de bezem was niet kapot. Hij hoorde zo. Een korte steel met onderaan een brede waaier van gras. Je ziet ze overal: voor winkels, op markten, bij huizen en langs de straat.

Mijn Nederlandse hoofd begrijpt daar weinig van. Wij kopen bezems met een lange steel, zodat we zo recht mogelijk kunnen blijven staan. Het liefst is die steel verstelbaar en ergonomisch verantwoord. In Thailand is dat allemaal minder belangrijk. Daar buigt iemand voorover en veegt met korte, snelle bewegingen zand, stof en blaadjes bij elkaar. Alleen al van het kijken begint mijn rug te protesteren.

Toch werkt die kleine bezem prima. Hij komt gemakkelijk tussen stoelen, onder tafels, langs plantenbakken en rondom geparkeerde scooters. Alles wat een paar minuten eerder nog over de grond verspreid lag, belandt in een keurig hoopje. En wie veegt, heeft er veel minder moeite mee dan ik vanaf een afstand vermoed.

Waarom de steel zo kort is, weet ik niet. Misschien heeft het met traditie, het materiaal of de manier van vegen te maken. Ik kan natuurlijk doen alsof ik na een paar reizen precies begrijp hoe het zit, maar dat zou niet eerlijk zijn. Ik zie alleen dat bijna niemand zich afvraagt waarom de bezem niet langer is. Behalve ik.

Inmiddels kijk ik er niet meer vreemd van op. De bezem is licht, eenvoudig en doet precies waarvoor hij bedoeld is. Misschien is die Thaise bezem dus helemaal niet te kort. Misschien zijn mijn Nederlandse verwachtingen gewoon een beetje te lang.

Erica de Winter